logo mùet zwart hand

De zwarte Hand

1. Wat is de zwarte hand?

Wie aan de zwarte hand denkt, denkt misschien in de eerste plaats aan een Servische verzetsbeweging.
Die van Gravilo Princip, de moordenaar van aartshertog Frans Ferdinand op 28 juni 1914. Daarmee gaf hij het startschot
van de Eerste wereldoorlog. Deze beweging kwam uit Servië en had als doel om Bosnië te bevrijden van de Oostenrijk - Hongarije
en aansluiting te zoeken van Bosnië en Herzegovina bij Servië.

De organisatie die ik hier bespreek heeft daar echter niets mee te maken. Hoewel de naam hetzelfde was. Er was zelfs protest tegen die naam
juist vanwege die link. Het gaat over een kleine groep mensen die in het verzet kwamen tegen de Duitse bezetting, in het begin van de Tweede Wereldoorlog.
Dat kwam hen echter duur te staan. Ze waren actief in het begin van de oorlog en er was nog geen echte goede organisatie.
De leden waren allemaal nog heel erg jong. De gemiddelde leeftijd was 25 jaar.

2. De oprichting van de Zwarte Hand

In juni 1941 ontstond de zwarte hand onder impuls van Koster Marcel de Mol. De oprichting gebeurde in Tisselt. Voor de oorlog was hij echter
Vlaamsgezind. Hij liet dit graag zien. Toen hij echter zag dat er veel V.N.V.ers en gemeenteraadsleden geen enkel probleem mee hadden om Duits
en Nationalistisch te worden. Werd het hem te veel. Veel bestuursleden waren vooral geïnteresseerd in hun eigen postjes. Ze probeerden zo goed
mogelijk bevriend te zijn met de bezetter voor hun eigen profijt. Deze mensen vonden het normaal om iedereen met een andere ingesteldheid of
vaderlandse gevoel het vuur aan hun schenen te leggen, scherp in het oog te houden, te verraden en later misschien onwetend de dood in te jagen.
Zelfs bij burenruzies gebruikten me de Duitsers om met hun vijanden af te rekenen. Ook waren de mensen die sympathie hadden met de Duitsers niet verlegen
om ook in zwarte kledij op straat te paraderen. Staf Visvijs werd uitgenodigd voor een persoonlijk gesprek bij Marcel de Mol. Die laatste stelde voor om het
doen en laten van Vlamingen die Duitsgezind waren te noteren. Deze collaborateurs zouden dan na de oorlog zeker niet vrijuit kunnen gaan. De Mol had ook het idee om
Pamfletten te verspreiden met als doel het gemeentebeleid aan te kaak te stellen van het V.N.V. die vooral Duitsgezind waren.

In augustus 1940 werd dan uiteindelijk de 'Zwarte Hand ' opgericht met een oprichtingsvergadering. Het is dus een verzetsbeweging van kort bij het begin van de tweede
wereldoorlog. Het had dan ook te kampen met een aantal problemen en beginnersfouten. een van die fouten was het bijhouden van een ledenlijst. Op de lijst stond
alle nodige info op. Ook waar de leden woonden en hun foto. Later zal blijken waarom dit de achilleshiel was van de beweging.

3. Waar was de zwarte hand actief

De Zwarte Hand was actief in de Ruppelstreek, ten zuiden van de stad Antwerpen. De leden kwamen uit:

4. De organisatie van de Zwarte Hand

De Zwarte hand gaf zichzelf een taak die drieledig was. Langs de ene kant wilden ze de eigen bevolking in het bezette gebied door middel van pamfletten
de moed inspreken en tegen de de Duitse overheersers en Vlaamse colaborateurs opzetten. Ook wilden ze de Duitsers bespioneren en het gaan en staan van Duitse
troepen gade slaan. Deze informatie wilden ze naar Engeland doorsturen. Zodat de geallieerde op deze manier ook steun konden krijgen. Tot slot wilden ze ook wapens
verzamelen om in geval van een gewapend conflict een actieve rol te kunnen spelen in het voordeel van de bevrijders.

Om dit doel te verwezelijken werd de zwarte hand opgedeeld in verschillende departementen met elk hun eigen taak. De leden kenden elkaar vaak amper en dan nog alleen bij
hun nummer wel was er één iemand van elk departement dat contact had met de andere departementen. Wel werd er een ledenlijst opgesteld en die laaste maakte het
mogelijk voor de Duitsers om de beweging zo goed als helemaal op te rollen. De organisatie waas als volgt opgedeeld:

5. Wat waren de acties van deze beweging?

De acties van de zwarte hand omvatte: het verspreiden van sluikperspers, wapenbezit, versturen van radio-uitzendingen en boodschappen,
schilderen van V's op de huizen van mensen die collaboreren met de Duitsers, spionage- en sabotageactie.

5.1. Het verspreiden van sluikpers

Tijdens de uitbouw van het Netwerk van de Zwarte hand was Marcel de Mol al volop bezig met zijn verzetsacties. In een veilingzaal
waar hij een oude Remington - schrijfmachine op de kop wist te tikken. Werd door Staf visvijs vanaf augustus 1940 pamfletten uitgetikt op
papier met carbondoorslag. Er konden er telkens 5 exemplaren geproduceerd worden. Visvijs die een opleiding gevolgd had op de handelsafdeling ging
ijverig aan het werk. De oplage bleef beperkt, er kon slechts voldoende geproduceerd worden om ze onder bevriende adressen te verdelen.
Het blaadje kreeg verschillende namen zoals: ' de zwarte hand antwoord'. Later zal blijken dat ze systematisch kozen voor 'Hallo! Hier de zwarte hand!"
Het ging ten strijde tegen de Duitse info dat de strijd tegen het Bolsjewisme de katholieke godsdienst zou veiligstellen tegen het communistische gedachtegoed.
De Mol was voldoende op zijn hoede voor mogelijke gevolgen. De Remington - schrijfmachine had een zeer karakteristiek lettertype. daardoor zou het een onmiskenbaar
bewijs kunnen vormen wanneer de activiteiten ontdekt werden. Het gebruik van dit type machine werd dan ook stopgezet. Er werd nu gebruik gemaakt van een draagbare
schrijfmachine van de onderpastoor van de Sint- Jan Baptistparochie. Deze had ook een stencilmachine waardoor ze gemakkelijk in korte tijdspanne veel meer exemplaren
konden maken. Dit was natuurlijk een belangrijke stap.

In Sint - Ammands werd de sectie die bekend ontstond als Klein - Engeland onder impuls van Leo schoofs in de loop der tijd geïntergreerd in de zwarte Hand. Toch bleef ze
enige vorm van autonomie vrijwaren. Schoof zorgde zelf ook voor vlugschriften die dan lokaal werden verdeeld. Zijn vrouw Rosalie Desaeger deed samen met Albertine Sarens
dienst als koerier en bevoorraadde de overige leden in Sint - Amands, die het drukwerk daarna verder verspreidden. het hoofdkwartier was de woning van Prosper Windey.

Een uitbreiding van het verzetsnet in Puurs zorgde voor een nieuwe impuls in het produceren van sluikpers. Ook zien we hier een andere vorm van verzet.
Clement Dielis en Emiemiel Decat werkten beiden op het gemeentehuis van Puurs. Ze maakten daar handig gebruik van de middelen die ze daar tot hun beschikking hadden
Ze beschikten er over de nodige schrijfmachines en de nodige hoeveelheid papier. De papierconsumptie was tegen het voorjaar van 1941 zodanig gestegen dat ze niet meer
op de zelfde schaal verder konden. Dat was echter buiten Dieelis gerekend hij had een oplossing. Hij had vruchtbare contacten gelegd met Jan Frans Callaerts. Deze man
had een kleine drukkerij vlakbij de woning van Emil Decar. Callaerts was geboren in Liezele in 1903. Daarmee was hij iets ouder dan de meeste leden van de Zwarte hand.
Toen de oorlog uitbrak was hij al vader van een jongen van 6 jaar en was zijn vrouw zwanger van een dochtertje. Hij was nooit officieel lid van de beweging maar verleende
het wel de nodige hand en spandiensten. Door zijn drukkerij beschikte hij over de nodige technologie om het illegale drukwerk op grote schaal te produceren. Tijdens het
hele drukproces hielden verschillende leden van de Zwarte Hand de wacht. Callaerts zou bij vier verschillende gelegenheden bijna 5000 exemplaren hebben gedrukt. Dit verklaarde
hij bij zijn ondervragers toen hij werd gevangengenomen.

De drukker zou het zwaar bekopen. Hij werd naar de gevangenis van Mechelen gevoerd en samen met andere leden naar Duitsland gevoerd. De zwervende toct door de verschillende
concentratiekampen overleefde hij niet. De leden van de zwarte hand werden van het kastje naar de muur gestuurd om het zo te zeggen. Drukkerij weduwe jan frans Callaerts -Huygelen
Verzorgde voor een aantal leden van de Zwarte Hand de bidprentjes.

De zwarte hand wilde met hun vlugschriften een veel grotere regio en publiek wilde bereiken bleek uit het feit dat de pamfletten die ze zelf maakten op een gegeven moment
in het Frans vertaald zijn en gedrukt. De pamfletten zouden vertaald zijn door de kloosterszusters van de congretie les religieusesservites de marie. Hiertoe behoorde ook de
zus van Emiel Vangelder die de pamfletten vertaalden. De orde was gevestigd in Oppem tegen Brussel. Die stuurde dan de vertalingen door naar het hoofdklooster In de provincie Namen
Hier werden de pamfletten gedrukt en gekopieerd. Hoe dat de lokale verspreiding in zijn werk ging bleef onbekend. De zwarte hand had in ieder geval een Patriottistische
gedachten dat ook in Franstalig België weerklank vond.

6. Bronnen: